Nl

Home pijltje tussen breadcrumb items labanotation

over labanotation: plaatsbepaling

grijze facebook button
grijze +1 button

Om de beweging van een lichaamsdeel te beschrijven wordt meestal gebruik gemaakt van het Standaard Assenstelsel. Dit assenstelsel is verbonden aan de beweger. Richtingen boven en onder worden bepaald door de zwaartekracht. De voorwaartse richting wordt meestal genomen in die richting die de beweger intuïtief als voorwaarts ervaart. Hieruit kunnen dan de andere richtingen afgeleid worden: achter, links en rechts.

De plaats van waaruit de richting wordt beschouwd -place- wordt voorgesteld door een rechthoek (figuur 3).

Over labanotation: het place symbool.
Figuur 3: Het “place” symbool.

De richtingen in het horizontale vlak worden in hoeken van 45° door de symbolen van figuur 4 aangegeven.

Over labanotation: de horizontale richtingen.
Figuur 4: De symbolen die de richtingen in het horizontale vlak beschrijven.

De verticale richting wordt aan deze symbolen toegevoegd door ze verschillend te arceren. Ook hier werkt men standaard met stappen van 45° (figuur 5). Om de richting naar beneden aan te geven worden de symbolen zwart gearceerd. Voor de richting naar boven gebruikt men een gestreepte arcering. Van richtingen die verticaal op de zelfde hoogte zijn als place wordt gezegd dat ze zich op middenniveau bevinden. Dit wordt met een punt in het symbool aangeduid.

Over labanotation: de verticale richtingen.
Figuur 5: De symbolen die de richtingen in het frontaal vlak beschrijven. (langs rechts)

Figuur 6 geeft enkele armgebaren weer, samen met de symbolen die de richtingen ervan beschrijven.

Over labanotation: Voorbeelden van armgebaren 
									met de symbolen die ze beschrijven.
Figuur 6: Voorbeelden van armgebaren met de symbolen die ze beschrijven. (tekening: Merle erl Idris Ghyssaert)

De verticale richting voor steunen wordt op een andere manier bepaald. Hier spreekt men van middenniveau als de gehele voet op de grond staat en de knieën gestrekt zijn (figuur 7 a). Het niveau is laag als de knieën gebogen zijn (figuur 7 b). Men noemt de verticale richting hoog als de beweger op de tippen staat met gestrekte benen (figuur 7 c).

Over labanotation: De verticale niveaus voor steunen: midden, laag en hoog.
Figuur 7: De verticale niveaus voor steunen: midden, laag en hoog. (tekening: Merle erl Idris Ghyssaert)

een voorbeeld

Door nu de richtingen te plaatsen in de kolom die met het juiste lichaamsdeel overeenkomt, kunnen we posities en bewegingen beschrijven. De danser in figuur 8 staat op de tippen van zijn gestrekt rechter been. Dit vinden we terug in het gearceerde place hoog-symbool in de rechter steunkolom. Het linkerbeen wijst in de richting links laag zoals we terugzien in de gebarenkolom voor dat been. Ook de linkerarm is gericht naar links laag, de rechterarm naar rechts hoog.

Over labanotation: de beschrijving van een positie.
Figuur 8: Een danspositie en de beschrijving ervan in labanotation. (tekening: Merle erl Idris Ghyssaert)