Nl

Home pijltje tussen breadcrumb items labanotation pijltje tussen breadcrumb items theorie

theorie: analyse en notatie van stappen in labanotation

grijze facebook button
grijze +1 button

P.W. Pulto, 2009

Traditioneel wordt in Labanotation het stapsymbool als volgt geïnterpreteerd (Hutchinson Guest, 2005, blz. 127): het begin van het symbool geeft aan wanneer de hiel de grond raakt, terwijl het einde van het symbool overeenkomt met het ogenblik waarop het gewicht volledig gecentreerd is boven het nieuwe steunbeen (Figuur 1).

Over labanotation: het place symbool.
Figuur 1: De traditionele interpretatie van het Stapsymbool in Labanotation.

We filmden met een videocamera het stappen van een persoon. Een eerste keer een gewone gang. Daarna stapte een ervaren tangodanser voorwaarts op tangomuziek. Op de beelden gingen we na wanneer de hiel de grond raakt en wanneer het gewicht gecentreerd was boven het nieuwe steunbeen. Vervolgens lieten we twee proefpersonen met een muisklik het videoframe aanduiden dat volgens hen overeenkwam met het ritmisch ankerpunt van de gang. De proefpersonen duidden exact hetzelfde frame aan. Zo bestaat de stapcyclus steeds uit een opeenvolging van Centreren (vorige steunbeen)-Hiel-Ritme-Centreren (volgende steunbeen).

Analyse van de stapcyclus bij een normale gang 
								en een tangodanser.
Figuur 2: De analyse van de stapcyclus bij (a) een normale gang en (b) een tangodanser (C: gecentreerd; H: hiel raakt grond; R: ritmisch ankerpunt).

Figuur 2 geeft de resultaten van deze analyse weer. Ze gebruikt 1 videoframe als tijdseenheid, d.i. 1/25 seconde. De referentiepunten liggen in beide gevallen duidelijk uit elkaar. Bij de gewone gang (a) wordt de stapcyclus onderverdeeld in drie ongeveer gelijke delen. De cyclus van de tangodanser (b) verloopt veel trager. Er verstrijkt verhoudingsgewijs meer tijd tussen het centreren van het gewicht boven het vorige steunbeen en het grondcontact van de hiel van het nieuwe steunbeen.

Uit deze analyse blijken twee tekortkomingen van de gangbare interpretatie van het stapsymbool. Vooreerst blijkt er na het centreren van het gewicht boven het steunbeen nog een aanzienlijke tijd (ongeveer 1/3 van de gehele stapcyclus) te verlopen vooraleer de hiel van het volgende been de grond raakt. Dit wordt echter miskend in de gangbare interpretatie van dit symbool. Daarom is een nieuwe interpretatie van het stapsymbool noodzakelijk.

Analyse van de stapcyclus bij een normale gang 
								en een tangodanser.
Figuur 3: Links: de oude interpretatie van het stapsymbool met de miskenning van de tijd tussen het centreren van het gewicht boven het vorige steunbeen en het contact met de grond van de hiel van het volgende been; Midden: stoppen na het stappen, wat gelijk blijft in beide interpretaties; Rechts: de nieuwe interpretatie. (C: gecentreerd; H: hiel raakt de grond)

Zoals figuur 3 toont, stelt zich geen probleem als gestopt wordt. Het einde van het symbool komt inderdaad overeen met het einde van de beweging: het centreren van het gewicht boven het nieuwe steunbeen. Dit is op zich al een argument om het miskende deel van de cyclus bij de nieuwe interpretatie van het stapsymbool aan het begin van het symbool toe te schrijven. Bovendien is het bijna onomkeerbaar dat de volgende stap gezet wordt wanneer het gewicht voorbij het vorige steunvlak gebracht wordt. Kortom, in onze interpretatie komt het begin van het symbool overeen met het moment dat het gewicht net niet meer gecentreerd is boven het vorige steunbeen: de beweging naar een nieuw steunbeen is ingezet. Het einde van het symbool duidt het moment aan waarop het gewicht gecentreerd is boven het nieuwe steunbeen.

Voorwaarts stappen, genoteerd in labanotation op de gangbare manier.
Figuur 4: Voorwaarts stappen in de gangbare notatie.

Een tweede tekortkoming is dat het symbool ritmisch niet eenduidig geïnterpreteerd kan worden. De eenvoudige notatie in figuur 4 kan "stappen op de tijden" betekenen. In dat geval zal het ritmisch ankerpunt samenvallen met de klap op de tijd. De hiel zal vóór de klap de grond raken en het gewicht zal volledig gecentreerd zijn na dezelfde klap.

Men zou ook de traditionele interpretatie van het stapsymbool zo correct mogelijk kunnen toepassen. Dan leest men dat de hiel op de klap komt en het ritmisch ankerpunt tussen twee klappen valt. Het einde van het symbool komt dan overeen met de situatie waar het gewicht volledig gecentreerd is en de hiel van het volgende steunbeen (als een gebaar, vermits het gewicht op de klap nog volledig boven het vorige been is) de grond raakt. Dat deze interpretatie in zulk een eigenaardige beweging resulteert, heeft natuurlijk te maken met het feit dat we nu het miskende deel effectief uit de beweging hebben geschrapt. Ook als we van de traditionele interpretatie van het stapsymbool enkel het principe overhouden dat de hiel het begin vormt en we het ontbrekende deel er achteraan bijvoegen, valt het ritmisch ankerpunt nog steeds na de klap.

De ritmisch correcte notatie van het stappen op de 
								tijd, met aanduiding van het ritmisch ankerpunt.
Figuur 5: De ritmisch correcte notatie van het stappen op de tijd, met aanduiding van het ritmisch ankerpunt.

Men kan ook de aandacht richten op het feit dat het symbool in de notatie tussen twee klappen staat. Ook in dat geval komt het ritmisch ankerpunt tussen twee klappen te liggen.

Om te komen tot ritmische eenduidigheid hebben we ervoor gekozen om de bewegingen correct op de tijdslijn te noteren en ook het ritmisch ankerpunt aan te duiden. Als we dan "op de tijden" willen stappen, wordt de beweging voor de tijd ingezet, komt het ritmisch ankerpunt op de klap van de tijd en wordt de beweging na de tijd beëindigd. Het ritmisch ankerpunt hebben we aangeduid met een horizontaal streepje doorheen het symbool. Daar waar het ritmestreepje samenvalt met de tijdsindeling van de balk, of er anderszins onduidelijkheid dreigt, wordt nog een schuin streepje toegevoegd. De gewijzigde notatie van het stappen is te zien in figuur 5.

De notatie met het ritmestreepje laat toe het ritmisch ankerpunt te noteren, zonder te analyseren welk element uit de beweging voor de ritmische oriëntatie zorgt. Tijdens het stappen zou dit het opvangen van het gewicht op het nieuwe steunbeen kunnen zijn. Maar als men sterk afzet met het vorige steunbeen, zou ook dit afzetten het ritmisch ankerpunt kunnen zijn.

Tijdens een deel van de beweging waar het stapsymbool naar verwijst, is de voet nog niet op de grond. Op dat ogenblik kan het vrije been nog gebaren maken. Figuur 6 beschrijft stappen voorwaarts. Terwijl het linkerbeen van de grond is, wordt het voor het steunbeen gekruist. De gewichtsverplaatsing wordt door dit gebaar niet onderbroken. Dat blijkt uit het feit dat de notatie van de stappen gewoon doorloopt.

Het maken van een beengebaar tijdens het stappen.
Figuur 6. Het maken van een beengebaar tijdens het stappen.

Deze notatie zou verward kunnen worden met de oude notatie voor half steunbeen - half gebarend been (Hutchinson, 2005, blz. 439). Dit werd immers genoteerd door voor een been zowel een symbool in de steunkolom als in de gebarenkolom te plaatsen (Figuur 7a) Indien men de notatie van half steunbeen - half gebarend been nog wil gebruiken, zou deze aangepast kunnen worden door aan gebaar- én steunsymbool een insluitingsboog (inclusion bow) toe te voegen (Figuur 7b).

Half steunbeen - half gebarend been: oude notatie en nieuwe notatie.
Figuur 7: Half steunbeen - half gebarend been: oude notatie (a) en nieuwe notatie (b).

Aan de hand van een voorbeeld illustreren we de mogelijkheden van onze ritmische notatie. De beweging die we willen noteren is voorwaarts stappen op de tijd en tegelijkertijd zwaaien met de armen op de tegentijd. Het ritmisch ankerpunt van de stappen bespraken we reeds. Het ritmisch ankerpunt van de zwaaibeweging bevindt zich ongeveer in het midden van de beweging. Een analyse ervan is voor de notatie niet nodig, maar is voor dit betoog toch nuttig. Het ankerpunt van de zwaai ontstaat op het punt waar een versnelling in een vertraging overgaat. Een analyse in labanotation geven we in figuur 8.

Analyse van het ritmisch ankerpunt van de opwaartse zwaai
Figuur 8: Analyse van het ritmisch ankerpunt van de opwaartse zwaai.

In figuur 9 is het stappen met zwaaien genoteerd met een correcte synchroniciteit en het gebruik van ritmestreepjes. We zien dat de stappen voor de tijd ingezet worden, het ritmisch ankerpunt op de tijd komt en het gewicht gecentreerd wordt na de tijd. Bij de zwaaibeweging zien we dat ze wordt ingezet op de klap van de tijd en dat het ritmisch ankerpunt op de klap van de tegentijd valt. De zwaaibeweging wordt beëindigd op de klap van de volgende tijd.

Stappen op de tijd en zwaaien op de tegentijd: nieuwe notatie.
Figuur 9: Stappen op de tijd en zwaaien op de tegentijd: nieuwe notatie.

In de gangbare notatie zullen de stappen op de tijden doorgaans tussen de klappen van twee opeenvolgende tijden genoteerd worden. De zwaaibeweging van de armen zou genoteerd kunnen worden zoals in figuur 10. Het voordeel van deze notatie zou kunnen zijn dat ze in de notatie van het zwaaien een beeld van tegentijden geeft. Nadelig is dan weer dat ze geen juiste synchroniciteit heeft. Dit wordt duidelijk wanneer we op de "y" een vingerknip toevoegen.

Stappen op de tijd en zwaaien op de tegentijd: notatie met 
								zwaaibeweging tussen twee tegentijden.
Figuur 10. Stappen op de tijd en zwaaien op de tegentijd: notatie met zwaaibeweging tussen twee tegentijden.

In figuur 11 a. zien we dat de vingerknip tijdens de opwaartse zwaai gebeurt. In de notatie van 11 b. daarentegen wreekt zich het gebrek aan synchroniciteit. De vingerknip lijkt ten onrechte aan de opwaartse zwaai vooraf te gaan.

Zwaaien op de tegentijd met toevoeging van een vingerknip.
Figuur 11. Zwaaien op de tegentijd met toevoeging van een vingerknip.

Binnen de gangbare notatie zou men dit probleem kunnen oplossen door de begin- en eindpunten van de zwaaibeweging correct te noteren. Het resultaat is te zien in figuur 12. Een vingerknip op de "y" zou nu wel degelijk binnen het tijdsverloop van de opwaartse zwaai vallen. De keerzijde is echter dat er geen spoor meer is van de ritmische oriëntatie van het zwaaien op de tegentijden. Daarom dus onze alternatieve notatie met correcte synchronisiteit en het aanduiden van het ritmisch ankerpunt.

Stappen op de tijden en zwaaien op de tegentijden: 
								Gangbare notatie met correcte weergave van begin en 
								einde van de zwaaibeweging.
Figuur 12: Stappen op de tijden en zwaaien op de tegentijden: Gangbare notatie met correcte weergave van begin en einde van de zwaaibeweging.